de rest van mijn leven :-)

oma en opa

Door MsD op donderdag 10 juni 2010 15:51 - Reacties (39)
Categorie: blabla, Views: 4.524

Na de dood van mijn Opa kreeg mijn Oma de ruimte in haar leven die ze altijd had gezocht. De eerste actie die ze ondernam was een reis boeken. Niet naar Noorwegen waar ze al jaren kwam, Niet naar Tenerife, want daar was ze al zo vaak geweest met mijn opa. Nee, naar Rome. In een bus. Eurolines.
Niet omdat het goedkoper was, al vermoed ik dat dat wel een beetje meespeelde, maar omdat er op die manier een contact met mensen mogelijk was. Contact waar ze voor haar gevoel al jaren verstoken van was. Een hotelletje was vast daar wel te regelen, en ze had per slot van rekening haar oude JeugdHerbergPas nog.

Uitgegeven ergens in 1939, toen ze op fietsvakantie naar Italie wou gaan. Halverwege Duitsland was het iets verstandiger om zo rap mogelijk maar naar huis terug te gaan. Haar vriendin uit die tijd vond het minder spannend om huiswaarts te keren en is bij de Italiaanse grens doodgeschoten.
Kortom, mijn oma had een goede keus gemaakt, maar was dus nog nooit in Rome geweest.

Een Weduwe van bijna 80 in de Eurolines bus is natuurlijk dikke pret. Zij mocht zelfs op de chauffeurs plek slapen. En alle jaren van opgekropte stilte werden in vloedgoven van verhalen over de medepassagiers uitgestort. Meestal tot vermaak, een enkeling ergerde zich, maar zoals mijn oma zei: 'had hij het vliegtuig maar moeten nemen'.

Ik vond het geweldig om te horen. En een beetje trots ook wel. Mijn tip om er eens uit te gaan had ze duidelijk aangenomen.

Iin Rome aangekomen was het een feest, de eerste twee dagen is ze zelfs nergens wezen slapen, koffers in een kluisje op het station, en gaan als een puber. Wat ze natuurlijk ook was, alleen ietsje ouder.
Vanuit een hotelletje ergens in een achterbuurt belde ze me nog eens op. Hoe het nu met ons ging. Met haar alles goed hoor. Leuke mensen, mooie stad. Dag !

Een week later belde ze weer op. Begon toch wel een beetje moe te worden van al dat lopen, maar had een geweldige tijd gehad. Met ons alles goed ? Ze was nu toch maar naar de jeugdherberg gegaan, waar ze natuurlijk eerst werd uitgelachen. Maar het tonen van haar kaart gaf haar toegang. Gratis. Op voorwaarde dat ze 's avonds verhalen moest vertellen. Gratis was het steekwoord, en haar mond was nog niet moe.
En geloof het of niet, maar de hele zaal was vol met jeugdige globetrotters, die misschien uit pieteit, misschien heimwee, luisterden naar wat mijn oma allemaal oprakelde. Jaren lang kreeg ze nog kaartjes van deze mensen, en ook de jeugdherberg stuurde elk jaar met haar verjaardag een kaartje. Bijzonder.

Thuis viel ze even in een diep gat. Een leeg huis, vol spullen en dingen die ze eigenlijk niet wou, maar ook niet weg kon doen. Behalve de persoonlijke dingen van mijn opa, die gingen redelijk rap de vuilnisbak in. Haat was het niet, afkeer ook niet, maar wrokkigheid. Op alle gemiste kansen, op een leven met iemand die eigenlijk niet de ware was. Het ruimen van personalia leek haar een goede remedie. En de Neckerman leegkopen. Wat een troep heeft ze in huis gehaald zeg !

Ze vond een baantje bij een museum, daar was zeker waardering naar haar toe. De rondleidingen die zij mocht geven werden steevast beter gewaardeerd dan die de anderen. Maar ze had dan ook de tijd.

Minder tijd voor persoonlijke dingen als eten en drinken, en hinderlijk genoeg schoonmaken. Niet dat ze vies werd hoor, maar ze vond het zonde van haar tijd. En eten maken had ze heel haar leven gedaan, dus nu even niet.
Na enig aandringen mijnzerzijds heeft ze dan toch maar een schoonmaakster in huisgehaald. En ging ze met vriendinnen op AquaGym. Zwemmen, dus.

Het schoonmaken van het grote huis, het zwemmen, het museum, en natuurlijk ik. Haar oudste kleinkind. Ze had genoeg te doen, en we zagen elkaar zeer regelmatig. Zij kon niet met haar kinderen opschieten, maar wel met mij.
Nou moet ik ook eerlijk zeggen dat mijn tante zo maf als een deur is. Werkelijk, daar ga ik nog wel eens een blog over doen. Kostelijk !

Een heleboel dingetjes in huis begonnen af te takelen, die kon ik nog wel repareren. Elke keer als ik langs kwam had ik een tubetje superlijm mee om gevallen kopjes, gebroken zeepbakjes en defecte lampenschakelaars te maken.
Het viel me niet eens op dat er eigenlijk steeds meer kapot ging. En dat mijn oma er steeds minder om gaf.

Toen ze op een dag bij ons aanbelde wist ik eigenlijk dat het niet goed ging. Ik ben met haar naar het ziekenhuis gegaan. Een TIA. Kleine hersenbloeding, niets bijzonders, hoort erbij.

Mijn oma vond het WEL bijzonder. En rottig. Haar mond was een beetje scheef, en praten ging echt moeizamer. Ook was lopen minder eenvoudig. Ik heb haar naar huis gebracht, pillen van de dokter erin gepropt, en haar in bed gelegd. Als een hondje ben ik aan haar voeteneinde gaan liggen slapen, ik vond het ook niet Niets Bijzonders.

De volgende dag kwam een vriendin van haar bij haar logeren, kon ik tenminste weer werken. Maar twee dagen later was mijn oma weer alleen. Niks aan de hand hoor, en hoe gaat het met jullie ?

Hoe gaat het met jullie ?

Hoe gaat het met jullie ?

Toen ze dit meer dan eens per dag vroeg heb ik haar huisarts gebeld en aangeraden eens langs te gaan. Die avond lag mijn oma in het ziekenhuis. Geen pil meer aangeraakt sinds haar tia, en nu was er duidelijk iets aan het kapot gaan.
Haar hoofd was op. Haar lichaam was op. Haar hersens konden niet meer aan haar ingewanden vertellen hoe het werkte. Ze kon eigenlijk niets meer vertellen. Eigenlijk had ze geen zin meer nu het niet meer gewoon lukte. Nu het gewoon niet meer lukte.

Beleid is hinderlijik, de artsen moeten levens redden. En verpleeghuizen kunnen mensen nog huisvesten als ze kasplant zijn. Dat leek ons niet zo'n hele goede optie

Samen met de fysiotherapeut en mijn oma zijn we bij de artsen geweest. En er was er een die het wel aandurfde. Die inzag dat als het zo moest dat er geen leven meer overbleef. De rest distantieerde zich en vond het onwaardig. Dood ging ze toch wel.

Ik kreeg nog een telefoontje van haar. Hoe het met ons ging. Met haar ging het goed.
Ik ben als een scheet naar het ziekenhuis gegaan. En heb haar hand vastgehouden toen ze stierf.

En ik was zo blij. Mijn oma heeft vier keer in een ziekenhius gelegen: twee kinderen, een gebroken arm en haar dood. Mooie score.

Maar haar telefoontje mis ik heel soms nog wel eens hoor !

opa en oma

Door MsD op donderdag 15 april 2010 00:14 - Reacties (37)
Categorie: blabla, Views: 5.174

Ik zit met mijn opa in de tram. Dat is een speciaal uitje, in mijn stad zijn geen trams, en dit is de manier van opa om mij zijn stad te laten zien. En te laten horen. Opa vertelt graag, en kan dat ook goed. En ik luister wel, dat kan ik goed.
Het is spannend om opa verhalen over de oorlog te laten vertellen, dan komen de bravoure stukjes boven, en ook de pijnlijke stiltes. Hoe zijn vader de oorlog niet door kwam is nog een verhaal, hoe de vrouw waar hij erg veel van hield ook dood ging is een stilte. Dat hij toch uit liefde met mijn oma is getrouwd is niet geheel de waarheid, maar ik vind het wel goed. Het zijn namelijk mijn opa en oma. Opa vertelt en ik luister. Over de gebouwen die kapot waren, over Duitsers die onterend met de stad omgingen, over vrienden die geen vrienden waren, over het leger toen, en over zichzelf als soldaat. En ik luister. Want dat kan ik goed.

En we zitten in de tram, en de tram rijdt door een mooie stad. Samen met opa eet ik een appeltje. Hebben we voordat we weggingen nog geplukt van de appelboom in de tuin. De peren doen het dit jaar niet zo goed. Hoor ik voor het derde opeen volgende jaar.
Maar de appels doen het steeds beter. En het zijn lekkere appeltjes die we hebben geplukt. Oma is nu de appelmoes aan het maken, voor als we terugzijn bij het eten. Oma kookt natuurlijk altijd. Opa heeft dat welgeteld één keertje gedaan, toen oma een dagje weg moest wegens iets belangrijks. Het huis was een bende. Opa kon niets in de keuken behalve afwassen. Voor de show een beetje vlees snijden, maar eerlijkheidshalve, oma deed dat beter.
Oma kookt gezond, niet teveel vet en zout, en lekker veel groentes. Ik vind alles best, ik eet wel.

Als we thuis komen van een lange rit in de tram ruikt het huis naar eten. Een stukje vlees, speciaal voor mij een biefstukje. En van die lekkere groentes van het winkeltje, die zo onbespoten zijn dat de wormen lachend je kropje sla uitkruipen. En volkorenpasta.
Ik vind alles best, ik eet wel, dat kan ik goed.

Opa is Nederlands Hervormd, dus er wordt gebeden. En ik luister. Het duurt natuurlijk altijd even, maar ik vind het nooit onprettig om te horen. Het is iets dat erbij hoort, en in vind het wel bemoedigend dat dit altijd zo is. Er veranderd op het oog nooit zoveel hier. Maar elke keer als ik weer kom zijn ze weer iets ouder, en staan er meer potjes met medicijnen op de kast. En elke keer is er iets meer commentaar op mij, op mijn ouders, op mijn school. Elke volgende keer ben ik ook iets ouder.
Toch is het nooit onprettig, eerder zijn ze nieuwsgierig naar mij en mijn omgeving. Benieuwd naar mijn houding in het leven, en soms als ik vertel zie ik twinkeltjes in hun ogen. Ik zie hun jeugd voortgaan. En ik zie hun gemiste kansen met elkaar, en ik zie dromen die ze hadden. Dromen die nooit werkelijkheid konden worden, niet samen.
Maar ik zie ook dat ze zich erbij hebben neergelegd dat dat de kansen waren die nooit meer zullen zijn, de kansen die waren. Geen wroeging.
Ik zie zelfs een beetje liefde. Liefde die is gegroeid, niet zonder slag of stoot. Daarvoor heb ik teveel naar alle verhalen geluisterd. Maar bovenal zie ik twee oude mensen die nu een kleinkind proberen te helpen. Met liefde voor mij, en een zekerheid te bieden die ik thuis niet heb.

Tijdens een vakantie bel ik ze op, opa is jarig, dus een belletje is wel zo lief.
Oma neemt op, en verteld dat opa dood is. Ik ben niet verbaast, breek mijn vakantie af, en ga naar hun toe. Opa ligt gewoon thuis, in een gewone houten kist, ab-so-luut geen spaanplaat. En ook geen rare toeters en bellen.
Eerst eten we. Speciaal voor mij een biefstukje, met lekkere groentes, van het winkeltje. En jonge aardappeltjes. Ik vind alles best, en eet bedaard.
Na het eten ga ik in de kamer zitten waar opa is doodgegaan, en nu ligt. Het enige geluid komt van de bus die vlak voor het huis stopt, en de koeling in de kist, anders bederft opa. Ik zit een uur, en denk rustig na over mijn opa, en kom tot de conclusie dat dit een super opa was. Ik heb niet heel veel referentie materiaal, de andere opa ging dood toen ik 5 was, dus dat telt niet zo. Maar dit was een leuke, maar ook een goede opa. Een zacht kusje op zijn wang, dat is het minste dat ik nog kan doen.

Een begrafenis zonder opsmuk, veel emotie, verdriet om zijn verscheiden, niet zijn dood. Na twintig jaar ziekte ben ik hooguit opgelucht. Het was een drukke begrafenis.

En toen liepen we weer naar huis, het huis van oma. En daar viel me eindelijk op dat de perenboom was omgevallen. En de appelboom was bladloos.

Nooit meer appelmoes met appeltjes van deze appelboom. Dat zou ik misschien wel het meeste missen. In de regen appeltjes plukken, om ze mooi te schillen bij de openhaard.
Luisterend naar de mooiste verhalen van opa.

Eigenlijk stierf er toen ook een beetje geluk in mij.

rust.

Door MsD op donderdag 8 april 2010 21:56 - Reacties (48)
Categorie: blabla, Views: 5.161

Een klein teder zoentje op haar wang, een vleugje traan oppikkend, een laatste knijpje in haar handen. Een snik en een een zwaai.

Afscheid nemen kan ik niet, wil ik niet, maar moet ik. Dit zijn de momenten die ik nou nooit leuk heb gevonden, nooit leuk kan vinden.

Mieke heette ze. Een slimme jonge vrouw. Maar niet handig genoeg om van haar intellect gebruik te maken. Een beetje flierefluitend door het leven op school rollen. Geen uitdaging, geen inspiratie. Thuis is niet de beste plek om naar toe te gaan. Een moeder die drinkt en mept, een vader die drinkt en mept. En een Broer die drinkt en mept. Oh ja, en die Mieke neukt. Net als Papa.
Weggaan is haar maar één keertje gelukt, op haar dertiende, na een half jaar werd ze gevonden door Jeugdzorg, en na een korte inventarisatie en bemmiddeling van dat bureau mocht ze weer naar huis.
Naar een Mama die geen Mama kan zijn, naar een Papa die geen Papa is en een Broer die geen Broer kan zijn.

Vertrouwen verloren, eenzaam en lichtelijk wanhopig. Berustend in een rotleven. Hoe kapot kan je gaan voordat je breekt ? Hoe gebroken kan je zijn voordat je kapotgaat ?

Schone schijn ophoudend, want de schaamte is onvoorstelbaar. Maar oplettende ogen zien een gebroken meisje. Nauwelijks jonger dan ik was, nog stiller, nog anoniemer. Als magneten werden we naar elkaar toe getrokken. En zagen in elkaars ogen de dingen die we niet wilden zien, de kreten en de angsten, de boosheid en schaamte.
Alcohol en jointjes leek ons een goede manier om rust te krijgen, om stilte in de hoofden te maken. Lekker was het wel. Sex hoefde niet, Ik te stoned, zij te dronken, of andersom. Meestal waren we aan het praten. Nooit teveel over onszelf. De Wereldproblematiek, dat was erg, daar moesten we iets aan doen. Maar eerst nog een joint. De Ellende in het Oostblok, daar was het erg. Berichtjes in de krant over Kindermoord, dat was erg, dat doe je niet ! Een pedofiel moest je opknopen lachten we dronken. Mijn opmerking over dat zij dan wees zou zijn maakte een onaangename stilte. En op dat moment besefte ik de werkelijkheid. Mieke was kapot en gebroken. En was niet eenvoudig te lijmen en te plakken.

Dat werd helemaal duidelijk toen ik Mieke drie dagen later zag. Ze had Coke gesnoven. En dat was geweldig. Voor het eerst had ze het gevoel boevn haar ellende te staan, en wist toen ook dat de Wereldproblematiek best oplosbaar was. Ik probeerde nog gewoon een joint, gewoon wat whisky, maar Coke en drank kon ik niet meer bijhouden.
Zij ook niet. Iets later moest ze nodig aan de heroine, coke ging toch te snel, en van Hero werd je rustig, en dat moest echt even, haar ouders hadden haar flink gemept, en ze had voor het eerst teruggemept. Daar had ze spijt van, en een tand minder.

Naar de politie gaan was nu natuurlijk geen optie meer. Een Junk geloven ze nooit. Zwelgend in medelijden huilde ze uit, en ik wist ook echt niet wat te doen. Een wodka misschien, of toch maar blowen, of allebei ? Voor het eerst was er echt een breuk tussen ons ontstaan. En die was ondanks ons zwak voor elkaar moeilijk weer te repareren. Mieke werd nu echt alleen.
En Takelde hard en snel af.

Een kraakpand bleek uiteindelijk een betere plek dan thuis, ogenschijnlijk. Hier liepen de echte junks rond, en bijpassende dealers. Ook niet ideaal. Maar ze werd in ieder geval niet gemept.
Pas toen het geld voor drugs op was. Gelukkig was sex nooit een probleem, ogen dicht en wachten, wachten tot het over was. Maar het ging niet over. Het werd erger. De eerste Soa was een bezoekje aan de dokter eigenlijk niet waard. Maar toen ook Hepatitis werd genoteerd werd de mop wat minder. Het spuiten had zijn tol al geeist.

Ons contact werd minder, onze raakvlakken vervaagden en eerlijkheidshalve, Mieke was niet leuk meer. Onze eindeloze babbels over alles en nog wat werden elk half uur verstoord door lastige huisgenoten annex klanten. En de babbels zelf, die nooit echt coherent waren, werden nu een echte brei.
Mieke's hersens kregen het steeds zwaarder, haar lichaam ook. Ze begon dun te worden. en een ingevallen koppie te krijgen.

Toen ze me vertelde dat ze HIV positief was getest was ik net zo min verbaast als zij. Een instemmend knikje, een klopje en een joint, dat was overgebleven van onze relatie.
Het deed mij niet zo veel meer, ik had al meerdere mensen dood zien gaan, en wist dat Mieke daar ook bij ging horen. En dat wist ze zelf ook.
Dat wist ze heel goed zelfs. En zover wou ze het niet laten komen. Niet vanzelf.

Ze kwam me opzoeken. En vertelde dat het zo niet meer ging. En dat het nooit was gegaan. En ook nooit meer zou gaan. De zin was weg, de kracht verdwenen, de levenslust opgebrand. Mieke liep, maar Mieke was eigenlijk al dood.
Nu nog het laatste restje eruit, rust maken in de kop. Haar oplossing voor de Wereldproblematiek.

Een klein teder zoentje op haar wang, een vleugje traan oppikkend, een laatste knijpje in haar handen. Een snik en een een zwaai.

Een sprong.

emancipatie

Door MsD op woensdag 17 maart 2010 23:00 - Reacties (39)
Categorie: blabla, Views: 4.485

Momenteel ben ik huisman. Ik heb mijn baan opgezegd om samen met mijn vrouw te verhuizen. Zij is meer carrierre gericht dan ik. En verdient ook beter dan ik. Ook vind zij het fijn dat er voor twee kinderen wordt gezorgd. En goed ook !
Kortom, bij ons rollen de patronen vanzelf de koker uit. Ik ben keurig lid van c't magazine, zij van de Opzij. Samen de NRC.next, ANWB en nog wat prutblaadjes. Ik kook elke dag en mik de kids in bed, doe de boodschappen en het huishouden, heerlijk relaxed. Ik ben eigenlijk een perfecte huisvrouw :-)
Oh ja, en doe een knal van een verbouwing in mijn vrije uren, er moet hier nog wat geklust worden. En plafonds stucen kan zij dan niet.

Maar alles bij elkaar komt het er op neer dat er bij ons niet naar het man/vrouw patroon wordt gekeken, maar naar de capaciteiten die er zijn. Wie het kan, doet het. punt.

Ik heb eigenlijk altijd geleerd dat dat normaal is. En ook alle lesprogramma's van de overheid vinden dat het zo moet. En de Opzij natuurlijk helemaal. Zelfs onze ministers vinden dat. De watjes.

Maar nu komt er dus een probleem om de hoek kijken.
Want zo normaal is dit helemaal niet, blijkt. Als ik in de supermarkt aankom en meld dat ik de boodschappen doe omdat mijn vrouw hard aan het werk is, krijg ik steevast rare blikken toegeworpen, en zie je de mensen een etiketje op me plakken. Lui, Dom, Homo, Sukkel, Onder de plak, noem het maar op.
Ik stoor me daar niet aan hoor, fuck iedereen denk ik op mijn beurt, en als ik je in een donker steegje tegenkom praten we wel verder :-)
Maar eigenlijk stoort het dus wel.

In een vorige post melde ik iets over eeen verschoonruimte voor baby's, die zijn ALTIJD op de vrouwen wc's. Behalve dus op de boot naar Vlieland. Maar overal in Europa, vrouwen wc's. In Frankrijk (notabene) ben ik wel eentje op de heren wc tegengekomen. En in Duitsland gewoon een aparte ruimte, ook goed.
Kom je dus hier bij de IKEA, of all place's, de emancipatieshop per definitie, zou je denken. No way.
Maar nog erger, ga eens naar een gemeentehuis/provinciehuis of andere overheidsinstelling, en ga daar je kind eens proberen te verschonen zoals je het zou moeten doen. lukt je niet, of pas na veel moeite.
Ik heb het afgeleerd, en doe het gewoon op de balie waar ik dan wordt geholpen. En ik kan je vertellen, ik heb dat nu meer dan 5 keer gedaan, geen enkele (!!) keer een klacht ! Integendeel, alleen maar bemoedigende woorden, en alle gelijk van de wereld.
Doen dus.

Maar het kan nog tenenkrommender.

Emancipatie en het homohuwelijk klinken dicht bij elkaar. Nu ken ik een lesbisch paar. Met kinderwens.
Die zijn DUS getrouwd, keurig volgens het boekje en de wet. Leuk, gezellig enzo. Via een spermabank een zaadje gevonden, ding erin geknutseld, en zwanger.
Na een paar maandjes wachten een mooi jongetje geboren. Leuk, twee mama's ! altijd feest. Maar zo werkt het dus niet hè ! De biologische mama is natuurlijk wel duidelijk, maar haar echtgenote is dus mooi niet OOK mama. Die is zelfs HELEMAAL NIETS !
Echt waar ! je bent dus getrouwd, voor de Nederlandse wet, maar je hebt geen enkel recht op aanspraak van je status als echtgenote ! Zij heeft voor pak 'm beet 1000 € een voogdij-formulier in moeten vullen, anders telde ze helemaal niet mee. En nu nog maar voor de helft. Als haar partner, de bio-mama dood gaat, staat de nep-mama nog steeds met lege handen, op straat. Want in gemeenschap is bij het Homohuwelijk niet helemaal in gemeenschap, dat moet dan eerst een notaris nalopen. Krom.

Echt, dit voelt zo raar. Ik ben dan ook getrouwd, en heb daarmee het recht op en de plicht voor de helft van ONS.
Onze kinderen, ons huis, onze auto. Onze computer.
Ok, sommige dingen moet je een beetje gescheiden van je partner houden, maar de essentie is duidelijk, je deelt. Dat verleent rechten, en dus ook plichten, daar teken je ook voor.
Maar bij homo's dus niet. Die hebben geen rechten, dus ook geen plichten. Een farce noemen we dat ook wel. En nog een dure ook.

Reclame's. Mijn vrouw is dus (per ongeluk, zegt ze) nog lid van Opzij. Wist je dat in dat blad meer reclame's voor zalfjes en diëten staan dan in de fucking VIVA?

Een grote kruidenier in dit land durft het aan om een blaadje vol Allerhande te proppen met geen één niet vrouwgerichte reclame. op de scheermesjes van Gillette na. Maar echte mannen scheren zich niet, dus die telt niet.

De overheid, notabene, is net zo'n fout instituut als het gaat om gelijktrekking van lonen tussen mannen en vrouwen. Mannen verdienen ook daar structureel meer dan vrouwen. De Overheid, die zo poeslief loopt te verkondigen dat loonverschil tussen mannen en vrouwen niet mag bestaan. Dat er verdiend hoort te worden naar competentie en potentie.

Mijn god. Wat een wassen neus.

En ik weet nog goed toen dat paar hier op bezoek kwam met hun kind, dat mijn zoontje zei: Wat zielig, twee mama's.
Hij weet niet half HOE zielig.

Ik ben hier nog niet helemaal klaar mee.

En off-the-record, dat jongetje is dus wel mooi naar MIJ vernoemd. En echt, dat is een dikke eer. Dat kan ik je niet helemaal uitleggen. Maar als ik mensen in elkaar sta te beuken op een fijn Metal-Feestje, om een uurtje of wat later een baby van 1 maand heel teder in bad te doen, en lekker te knuffelen. Dan snap je een beetje de verhoudingen in mij. En dat viel dus op :-)

Volgende keer maar iets over computers, al dat socio-gezwets. yuk. Testosteron willen we. Auto's, Mobieltjes en Computers ! Gro-aargh.

begrafenis

Door MsD op maandag 15 maart 2010 17:00 - Reacties (24)
Categorie: blabla, Views: 4.009

Ik stond eergisteren op een begraafplaats, en het regende.

In mijn jeugd zijn er twee andere kinderen geweest die mij een hele andere kijk op mensen hebben gegeven. Ik noem ze maar even Johan en Kees.

Henk was dom. Erg dom. Tegenwoordig zouden we daar allerlei etiketjes opplakken. Toen was hij gewoon dom, en ging naar een zmok-school. Hij was ook erg sterk. Toen de hersens en spieren werden uitgedeeld stond hij per ongeluk twee keer in de zelfde rij. Het was mij wel duidelijk in welke rij. Nou was de rest van dat gezin ook niet zo slim. Er liepen daar vier kinderen rond, en alle iq's opgeteld denk ik dat je op het niveau van Johan kwam, het broertje van Henk, Johan viel op omdat hij wat slimmer was. En wat softer, en gemanierder. Oftewel, homo. Maar die waren er toen nog niet, alleen mietjes. Johan was een mietje.
De ouders van Henk en Johan vonden dat maar vervelend, een soft jongetje, dus Johan werd thuis ook aardig mishandeld. Maar dat was helemaal normaal, mietjes mocht je meppen.
Op de een of andere vreemde manier raakte ik dus bevriend met Henk. Ik was ook maar een sullig ventje, dun en bleek, en werd ook altijd gepest. Raar dat wij vrienden werden. Maar ik had op deze manier wel een mooie bescherming, en sindsdien ben ik ook niet meer in elkaar geslagen door de grote klierjongens. En raakte ik aan de babbel met Johan.

Kees was gehandicapped. Hij zat in een rolstoel, een elektrische nog wel. Een één of andere enge spierziekte. Hij zou er niet oud mee worden. En hij was al erg lelijk, maar hij had een echte computer thuis, dus toen dat bekend raakte ging ik daar maar eens naar toe. Een echte Z80. Galgje was mijn eerste programma daarop.
Dat Kees een handicap had vond ik totaal niet relevant. Als hij vervelend deed zei ik dat, in tegenstelling tot andere kinderen, en hun ouders. Tijdens het pijltjesschieten was hij net zo'n doelwit als de rest, met tikkertje altijd de pineut, en verstoppertje was zijn minst favoriete spelletje. Die rolstoel deed altijd Bzzzz, klikklik Bzzzzz. Eitje. Maar die computer die was wel erg leuk, samen hebben wij veel tijd verdaan met 'computeren'.
Op een goede dag heb ik hem met rolstoel en al de vijver ingereden. Sinds die dag zijn we vrienden voor het leven geworden, hoe lang dat dan ook zou duren. Hij vond het geweldig dat er met hem iets gebeurde dat ook met gewone jongetjes gebeurde. Zijn ouders waren er duidelijk minder van gecharmeerd, die wisten de prijs van die rolstoel. Ik mocht dus niet meer langskomen.

Henk is op een goede dag uit huis geplaatst, de politie kwam hem halen, hij had iets in de fik gestoken, en dat mocht niet. Jeugddetentie dus. Zijn broer Johan viel nu in een donker gat, Henk was altijd het echte zorgenkindje, maar nu ging alle aandacht naar hem uit. Negatieve aandacht that is. Toen hij op een dag bij mij voor de deur stond met een bloedneus en verrekte arm wist ik dat wij een bepaalde vriendschap moesten hebben.

De volgende dag reed Kees langs, hij verveelde zich.

Met zijn drieën hebben wij veel gespeeld, de computer ging gewoon bij mijn staan, Johan kon zichzelf in alle rust en veiligheid vrouwelijk verkleden. Wij waren toch met andere dingen bezig. Alles was goed en vredig.

Op een minder fijne dag, ik woonde toen al elders, kreeg ik een briefje van de zus van Kees. Hij was dood, of ik ook langs wou komen bij zijn begrafenis.
Johan was er ook, en samen hebben we een goed potje gejankt.
De ouders van Kees hebben mij geloof ik nooit vergeven dat ik WEL normaal deed met hun zoon, dat was hun nooit gelukt. Achteraf misschien begrijpelijk. Toen niet.

Dit was mijn eerste begrafenis.

Nog geen half jaar later kreeg ik een telefoontje van Johan. Dat hij mij veel dankbaar was, en voor altijd in zijn gedachten mee zou dragen. En sprong toen van een flat af.

Dit was mijn tweede begrafenis. Waar er nog veel mensen waren bij Kees, was ik de enige bij Johan. Samen met de bezorgers. En het regende. Ik voelde me erg klote, reken maar.

Ik had mij toen voorgenomen om altijd eerlijk en open naar mensen en hun kwalteiten te kijken. Dat is wel eens mislukt, maar als streven vond ik dat prijzenswaardig, nog steeds trouwens.
En om die gedachte vast te houden ben ik ook vaak naar hun graven gegaan.

En ik stond dus eergisteren op de begraafplaats, en het regende. En ik had voor het eerst mijn kind mee. Drie maanden onschuld en eenvoud.

En voor het eerst wist ik niet wat ik daar nu deed. Ik had eindelijk het gevoel dat ik met hun klaar was. Dat mijn aanwezigheid niets meer zou toevoegen. En terwijl ik een potje begon te janken hoorde ik wat kinderen op de achtergrond ruzieën. En mijn kind brabbelde tegen mij.

Ik liep trots en volwassen de begraafplaats af, de kinderen op de achtergrond waren een jaar of 12, net als wij toen. Mietje ! Gore Homo ! Ik schop je de kanker tot je niet meer kan lopen !

En ik wist dat ik niet de enige was. En zeker niet de laatste.

En het regende.